1201-1300

1201-1216                        
           
eerste stadsvergroting

1201 tot 1216: Eerste stadsvergroting van Antwerpen. In 1249 zal de tweede volgen. [vdw-1977, p.224].

1210
                    
vermelding Oosterweel

Coestelle
 

1210: Eerste vermelding van Oosterweel als 'Otserwele' i.v.m. visserijen (Lat.: piscariae). Er is nog geen sprake van een dorp, maar Coestelle, iets verderop en later een gehucht van Oosterweel, bezit wel bewoning. [prims-asia51, p.39]; [prims-asia33, p.390]; [wit_26, p.621].

1212
         
veer 'ten Damme'  
Dambrugge
        
         

1212: Oudste vermelding van het veer 'ten Damme' als verbinding tussen Merksem en Antwerpen.De abdij van Villers bezit een overzet op de beneden-Schijn die men bereikt via een dam. Er is nog geen Dambrugge. [Prims-Merksem-1951, p.103].

1215
             
tiendenwetgeving      
         

1215: Op het kerkelijk concilie van 1215 wordt bepaald dat er geen tienden meer aan leken mogen verkocht worden, vermits de tienden een kerkelijke instelling zijn en een kerkelijk doeleinde moeten hebben. In de loop van de 13de eeuw zullen door deze maatregel in onze streken een groot aantal tiendrechten terug in kerkelijke handen komen. Het is deze tiendenwetgeving welke de grotere nieuwe kerken die in Antwerpen en elders zullen ontstaan hebben mogelijk gemaakt. [prims-gva-II,1, p.177-178, 184].

1219
         
georganiseerd onderwijs
    

1219: Eerste vermelding van georganiseerd onderwijs in Antwerpen, de 'Papenschool'. Pas op het eind van de 15de eeuw zal de kerk haar onderwijsmonopolie kwijtraken.

1221
                       
stadsrechten

schepencollege

Melkmarkt (Reinoldsbrug)

Pridenbeke
  

1221: stadsrechten voor Antwerpen waardoor de stad voortaan bestuurd wordt door een college van 12 schepenen.
* 1221, maart (O.S.): Mense martii (O.S.)
Vrijheidsbrief voor Antwerpen, gegeven te Antwerpen zelf, door hertog Hendrik I (hertog van Brabant, markgraaf van Antwerpen, 1190-1235). [prims-addeh, p.39 (ill. = afb. 12)]


1221: vermelding van de 'pontem Reinoldi'. De Nederlandse benaming, Reinoldsbrug, als oudste benaming voor het noordelijk gedeelte van de Melkmarkt, komt voor in 1273. [vdw-1977, p.32].

Hendrik I geeft aan het kapittel van Onze-Lieve-Vrouw een gedeelte van de Rui en van Pridenbeke (Predenbeke), met zijn recht op Craile. « a domo Hugonis Volardi usque ad pontem Reinoldi. Willelmus prepositus et Symon frater ejus, can. in bonis de Craile » (MT, I, 532) [prims-gva-II,4, p.11]; [SAA, K 148].

1222
                       
stadszegel


  

In 1222, of kort erna, werd de matrijs gemaakt voor Antwerpen's oudste stadszegel. Er bestaan exemplaren van 1230, 1231 en 1232. Afgebeeld is een donjon met wachttorentjes (kantelen?), een arm die een pennoen vasthoudt (als symbool van de eigen rechtspraak). Het veld bevat zes sterren, het randschift draagt de vermelding "SIGILLUM MONARCHIE ANTVERPENSIS". [prims-addeh-1951, p.45; afb.14].
Het tweede stadszegel, met exemplaren uit 1239 en 1256, vertoont een ringmuur met donjon. Op de drie torens (kantelen?) bevinden zich pennoenen met vaantjes waarin een open hand (als symbool van de vrijheid). Het veld draagt twee groepen van elk drie sterren. In het randschift de vermelding "SIGILLUM MONARCHIE ANTVVERPENSIS" [prims-addeh-1951, p.43; afb.13].

1223
                       
schepenen

'schepengeslachten'

fabel 'zeven schaken'




 

1223: Antwerpse schepenen: "Hugo Nose, Willelmus Nose frater ejus, Tibaldus filius Nicolai, Wilmarus, Giselbertus." (Oorkondenboek van Sint-Michiels I., 86). Deze opsomming - uit een akte - is onvolledig; Antwerpen kende vanaf de eerste geschreven vermeldingen reeds 12 schepenen, maar uitzonderlijk signeerden ze allen.

De familie Nose zal tal van schepenen kennen. Voor de periode 1220-1300 kunnen een tien verschillende personen van dit geslacht opgetekend worden. De overzetting van ambten op familieleden en nakomelingen is niet specifiek voor de Nose's, tal van andere geslachten zullen hetzelfde patroon vertonen [Bornecolve (4), Pape (4), de Molendino (4), Drake (3), de Wyneghem (3), de Castro (3), ...], de Nose's spannen wel de kroon. Een door Prims opgestelde naamlijst, gebaseerd op de talloze schepenbrieven uit deze periode, geeft een bont allegaartje van namen te zien, hij toont aan dat het schepenambt geen afgesloten goed was van enkelen. Meteen kan ook de uit de 17de eeuw stammende fabel van de "zeven schaken", zeven adelijke families die de touwtjes in handen hadden, terdege rechtgezet worden. Er zijn adellijke schepenen, niet zo veel, maar de bewuste families komen niet opmerkelijk veel de naamlijst voor [(Alleyn (1), Bode (2), Hoboken (-), Impeghem (-), Pape (4), Volckaert (1), Wilmarus (2)]. [naar: prims-gva-II, 1, p.64-79].

1225
                       
Lillo

december 1225: De tienden van Lillo worden door proost Jan (van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel) voor 25 jaar in pacht gegeven aan Hugo Nose. [prims-gva-II,4, p.32].

1226
                       
klimaat: uitzonderlijk warm

lakenhalle

1226 tot 1250: Uitzonderlijk warm klimaat in West-Europa, net als in de periode 1176 tot 1200. (Klimaat Optimum).


1226: Oprichting van een lakenhalle (lakenhuis) in Antwerpen waar wol en textiel wordt verhandeld. In 1250 wordt door de hertog ingestemd met een vergroting ervan. Dit gemeenschapsgebouw, in bezit van de hertog, zal later tot het schepenhuis (stadhuis) evolueren. (Bijdragen, I, 118). [prims-gva-II,4, p.13 = A° 1228]; [SAA = A° 1226].
Verkoop van de lakenhalle door de hertog Jan III aan de stad (3 april 1317). Bouw van nieuwe lakenhalle (in de jaren 1323-1325 zijn werken bezig, in 1325 blijkbaar voltooid). De oude halle wordt kort daarop door de stad verkocht (komt in het prive'bezit van kapelaan Steven Wilmaer).
[prims-gva-IV_1, p.26, 36-37].

1228
                       
overstroming

1228: Springvloed, land van Lillo overstroomd. - [prims-gva-II,4, p.2].

1231-1237
                       
Terzieken

1231-1237 (tussen): Waarschijnlijke stichting - buiten de stadspoorten - van Terzieken, een klooster gespecialiseerd in de behandeling van melaatsen (leprozerie); vandaag te situeren aan het park van de Harmonie (Koningin Elisabethlei). [wit_15, p.348].

1232
                       
kloosterhervorming

Koning Albertpark (Papenmoer)

1232: Arnuldus de Erps van de Antwerpse Sint-Michielsabdij is een van de drie abten die van paus Gregorius IX de opdracht kregen de premonstratenzerkloosters te hervormen. [prims-gva-II,4, p.13].


1232: Vermelding van 'morum clericorum', Papenmoer. In 1432 vermelding van de Nederlandstalige vorm 'spapen moer'. Later de plaats van het Galgenveld (vanaf 1445), nadien herbeplant als boomkwekerij ('Pépinière', 1803), en kort daarop ingericht als openbare wandelruimte ('Warande' ) met in 1876-1877 een nieuwe parkaanleg naar ontwerp van landschapsarchitect Bruno. Sinds 1919 herbenaming 'Koning Albertpark'. [prims-berchem-1949, p.141-144 + topografie +biblio.].

1233
                       
Gasthuiszusters

1233: De vrouwen van het Onze-Lieve-Vrouwegasthuis nemen ordekleed en regel aan, van nu af kan men spreken van de Gasthuiszusters. [prims-asia31, p.261].

1234

deken van Antwerpen:
Arnulfus de Lyra

1234 tot 1242 (waarschijnlijk): Arnulfus de Lyra (Arnoldus de Lyra) is 'decanus Christianitatis' van Antwerpen. Deze oudste vertegenwoordiger van de familie de Lyra in Antwerpen was ook kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwkapittel, en een belangrijk persoon in de stad. (Bestaat er een verband met de onopgehelderde Antwerpse straatnaam 'Dekenstraat' vermeld in 1240?). In een latere periode zal de functie van deken van de Christenheid van Antwerpen ook 'lantdeken' (landdeken) heten, er dient dan immers onderscheid gemaakt te worden met de 'choerdeken' (koordeken). [prims-asia28, p.81]; [prims-gva-III, p.121-122].

1236

brand in Kraaiwijk

1236: Brand in de Kraaiwijk (Craywyc). [prims-gva-II,4, p.2].

1238

Elzenveld

Sint-Elisabethgasthuis

1238: Verhuis van het Onze-Lieve-Vrouwegasthuis (later Sint-Elisabethgasthuis) van bij de Onze-Lieve-Vrouwekerk naar de gasthuishoeve op de Elst.[bouwen-3nb, p.XVII]. (de Elst = Elzenveld : de huidige locatie, tussen Leopoldstraat en Lange Gasthuisstraat).

« Sint-Elisabethgasthuis: oudste ziekenhuis van Antwerpen, als Onze-Lieve-Vrouwegasthuis vermeld in een pauselijke bul van 1226. Daarin wordt bepaald dat de bisschop van Kamerijk (Cambrai) toestemming moet geven voor de bouw van een kapel. In 1232 stelde Jan Nose geld ter beschikking hiervoor, een gedeelte van het kapitaal werd gebruikt om grond aan te kopen op het Elzenveld. Het ziekenhuis verhuisde van de omgeving van de Onze-Lieve-Vrouwekerk naar daar in 1238. De benaming Onze-Lieve-Vrouwegasthuis bleef gedurende de hele 13de eeuw in gebruik, later werd deze benaming en die van Sint-Elisabethgasthuis naast elkaar gebruikt. Gegist wordt dat deze benaming refereert naar Elisabeth van Hongarije. haar dochter, Sofia, huwde de hertog van Brabant, een groot weldoener van de instelling. De kapel, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, eert Sint-Elisabeth in een zij-altaar. » [RUYMAEKERS, J. : 'Kanttekeningen bij een bezoek aan het archief van het O.C.M.W.'. [at-V-3,4-1984, p.80-83].

1239

stadszegel

overstroming

stichting begijnhof

1239: In een stadszegel uit 1239 bewaard komt de geopende hand voor die ook in het actuele Antwerpse wapenschild gebruikt wordt. Een ouder exemplaar uit 1230 vertoont een hand die een pennoen vasthoudt. [prims-gva-II,4, p.3-5bis, ill.1-2].

lente 1239: Dijkbreuk en overstroming in Lillo en Zandvliet. - [prims-gva-II,4, p.2].

augustus 1239: Waarschijnlijk werd dan tot de stichting van een Antwerps begijnhof besloten. [prims-gva-II,4, p.2].

1240

stichting begijnhof

1240: Gift voor de grond van een begijnhof. [prims-gva-II,4, p.2]; [prims-asia28, p.137]

1241

Sint-Michielsabdij

1241: De kerktoren van de Sint-Michielsabdij stort in. [prims-gva-II,4, p.3]. De abdij zelf was opgericht in 1124, de religieuze kern ervan was toen al eeuwen oud.

1242

schepenen

tollenaars vervoerstol

1242: Thomas Clare, Hugo Bornecolve, Everardus Nose, Theobaldus de Castro, Willelmus Draco, Hugo Tuclant, Hugo Bechan, Arnulphus Hildeware zijn schepenen (scabini) van Antwerpen. De namen komen voor in een contract waarin de in Antwerpen geheven vervoerstollen worden vastgelegd. Tolbezitters zijn: «Arnulfus Villicus, Gilbertus et Wilmarus milites et heredes eorum». Als getuigen treden op: «Willelmus, Hugo et Theod. Nose, fratres, Hugo de Vlite et Mathias fratres, Willelmus de Scille».[prims-gva-II,4, p.15].

1243

eerste begijnen

eerste Predikheren

1243 of 1244: Eerste groepering van begijnen in de 'curtis Syon' (Hof van Sion) of begijnhof. [prims-gva-II,4, p.3].


herfst 1243: Aankomst van de eerste vier Predikheren (gekomen op vraag van de stadsoverheid). [prims-gva-II,4, p.3].

1246

oudste vermelding Merksem

windmolen: Hoogkiel

Hugo Nose, heer van Kiel

1246: Oudste vermelding van Merksem (als: Marxeem). [prims-asia33, p.390].

1246: Vermelding van een windmolen op het Hoogkiel, op de plaats later 'De IJshont' genoemd, (vandaag te situeren aan het klaverblad van de E17). Datum van oprichting of verdwijning onbekend. [holemans-1986]; [kockelberg-molen-1986, p.80-82].

februari 1246: Hugo Nose wordt heer van het Kiel, hertog Hendrik II geeft hem de Justia over deze nieuwe landen. (A.A., 1927, 263). [prims-gva-II,4, p.3, 15]

1248

Hoevenen (Attencourt)

1248: Oudste vermelding van het dorp Hoevenen (vandaag onder de gemeente Stabroek) als 'Attencourt'; in dat jaar begon de avontuurlijke ridder Gilles d'Attincourt er midden in de hertogelijke wildernissen een uitbating. Later wordt het 'Attenhove', 'Ettenhove'. [prims-asia33, p.390-391, 395].

1249

tweede stadsvergroting

wijding Sint-Walburgiskerk

eerste Heilige Geesttafel

stedenoverleg

1249 tot 1250: Tweede stadsvergroting van Antwerpen. De eerste dateerde van 1201. [vdw-1977, p.224].

1249: Wijding van de pas herbouwde en vergrote Sint-Walburgiskerk of Burchtkerk. [prims-gva-II,4, p.3]; [prims-asia28, p.156]. – « St.-Walburgis Kerk, sedert korte jaren afgebroken, stond op of in de Burcht, en was tot parochie ingewijd ten jare 1249. ('dBoeck der tyden int corte', uitgegeven door Le Long, Amst. 1753, bl. 143). » [willems-onderzoek-1828: 24].

1249: In de Onze-Lieve-Vrouweparochie ontstaat de oudste Antwerpse 'Tafel van de Heilige Geest', een instelling voor armenzorg. Later volgen andere parochies met een gelijkaardige instelling. Met toelating van de magistraat (stadsoverheid) zal in 1458 de 'kamer van de Huysarmen' opgericht worden. Vanaf 1540 zullen beide instellingen verplicht moeten samenwerken om misbruiken te voorkomen. Na een reorganisatie, in 1779, zal de 'Nieuwe Bestiering van den algemeynen armen binnen de stad Antwerpen' ontstaan, de armenzorg zal nu in wijken i.p.v. parochies verdeeld worden. Onder het Frans regime, in 1796, zal de instelling afgeschaft worden en de armenzorg onder de bevoegdheden van de 'Burgerlijke Godshuizen' en het 'Bureel van Weldadigheid' ressorteren. In 1925 zal de Commissie voor Openbare Onderstand (C.O.O.) ontstaan die in 1977 herdoopt gaat worden in O.C.M.W., Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn. [AT-V, p.80]; [wit_15, p.348 e.v.].

11 juni 1249: Hernieuwing van een akkoord tussen Brabantse en andere steden in verband met uitwijkende ambachtslieden van de lakennijverheid, ditmaal op een bredere basis. Op 23 oktober 1242 betrof het enkel Mechelen en Antwerpen, nu onderschrijven o.m. ook Brussel, Leuven, Tienen, Diest, Zoutleeuw, Sint-Truiden, Maastricht en Hoei de overeenkomst. Er waren mogelijk meer nog steden bij betrokken. Ook betreft het nu niet specifiek de lakennijverheid, maar al wie iets tegen de stadsvrijheid zou doen. [prims-gva-II,2, p.46-47]; [prims-asia28, p.184; in: "De Antwerpse zoutkwestie in 1259", p.178-185]. < zie ook 1259 en 1262 >

1250

Hendrik III in Antwerpen

confiscatie goederen Hugo Nose

lakenhalle

vleeshuis

1 januari 1250: Hertog Hendrik III in Antwerpen. [prims-gva-II,4, p.3].

1 januari 1250: De goederen van groot-financier Hugo Nose worden aangeslagen, hij wordt beschuldigd van inpalming van gemeenschapsgronden. Zo krijgt Antwerpen de 5 bunder land te Hardenvoort terug (SAA: Privilegiekom Cc, 21); (A.A., 1927, 264). [prims-gva-II,4, p.3, 16].

1 januari 1250: Akkoord tussen hertog Hendrik III en stad i.v.m. de vergroting van het lakenhuis (lakenhalle, al vermeld in 1226) en het bouwen van een brood-, graan- en vleeshuis. [prims-gva-II,4, p.3]. Net naast het uit 1250 daterende Vleeshuis zal tussen 1501 en 1504 door Herman de Waghemakere een nieuwbouw, het vandaag nog bestaande Vleeshuis, opgetrokken worden.
SAA
CH-A20
1249. Anvers. Le jour de la Circoncision 1249 (1 Janvier 1250). Henri (III) duc de Lothier et de Brabant declare être convenu avec ceux d'Anvers concernant la Halle à la viande, celles au pain et aux draps, "de tribus domibus in quarum una Carnes reliqua Annona et tertia Panes vendentur"; que la ville, à ses frais, en aurait l'entretien; qu'elle en prendrait le revenu intégral qui lui appartiendrait à perpétuité pour une moitié après extinction de ses déboursés; qu'en outre elle ferait restaurer particulierement et agrandir la Halle au drap.
Furent présents: Otto comte de Gheldre; Godefroid seigneur de Perwez; Léonin chatelain de Bruxelles; Jaceques de Walehem; Arnould de Rotselaer; Wautier Clutinc; Simon de Geldonia et autres.
Latin.- Originale, scellée du sceau du duc en cire verte. Double lacet de soie verte et jaune.- C.c.20.

SAA
CH-A21
1249. Même lieu et date [1249. Anvers. Le jour de la Circoncision 1249 (1 Janvier 1250)]. Henri (III) duc de Lothier et de Brabant donne à la ville d'Anvers, moyennant 100 Livr. de Louvain, des prés situés au Lisgt; cinq bonniers de terre à Hardenvort; les terres en cette ville appelées Hopstalle et celles appelées Hemede situées hors de la ville.
Furent présents : les mêmes personnes.
Latin.- Originale, scellée du sceau du duc, en cire verte, mutilé. Double lacet de soie jaune et verte.- C.c.21.

1252

Willem van Holland


Antwerpen residentiestad

relikwieën Elisabeth van Thüringen

1252: Koning Willem van Holland, die al in het voorjaar 1250 op de Antwerpse burcht was geweest, verblijft nu een tijdlang op het Antwerpse Steen, Antwerpen wordt eventjes residentiestad. Verschillende Duitse aangelegenheden zullen vanuit de Antwerpse burcht geregeld worden, zo komen ingezetenen van Bremen hier hun privilegies halen. Van hieruit vertrekt ook de veldtocht tegen de Staufen in juni 1252; in september keert de koning er weer, samen met Floris van Holland met wie hij de Rijnveldtocht had gevoerd. Ook in december 1253, gedurende de kerstdagen, en begin 1254 vertoeft Willem in Antwerpen. De Teutoonse Riddrs van Koblenz verkrijgen hier hun vrijheden voor Oppenheim, Wesel en Boppart. De stukken zijn gegeven te Antwerpen. (Willem graaf van Holland, een neef van hertog Hendrik II van Brabant en door deze voorgedragen als opvolger van keizer Frederik II; Willem zal aanvankelijk niet als keizer maar als Rooms koning de kroon overnemen (1248), in 1256 wordt hij keizer gewijd; hij overlijdt op 28 januari 1256). [prims-asia28, p.157]; [prims-gva-II,1, p.12-15].


juli 1252: Inhaling van de relikwieën van de heilige Elisabeth van Thüringen. [prims-gva-II,1, p.14].

1253

afschaffing kapel op Kiel

3 april 1253: Bisschop Nicolaus staat de afschaffing toe van de pas gestichte kapel op het Kiel, de stichter heeft de nodige middelen niet meer (B. I, 355); (A.A., 1927, 262) [prims-gva-II,4, p.36].

1254

Norbertinessen

1254: Vertrek van de Norbertinessen uit de Munsterstraat (vandaag Grote Pieter Potstraat) naar Zandvliet. Ca. 1148 waren ze uit de Sint-Michielsabdij (verdwenen, eertijds aan de actuele Kloosterstraat) naar hun eigen gebouw verhuisd. [prims-asia28, p. 135, 137]

1256

Sint-Jacobskapel (Kapellen)

1256: Oudste vermelding van de Sint-Jacobskapel 'ten Hogen Scote' (grondgebied van de huidige gemeente Kapellen). [prims-asia33, p.390].

1258

oudste vermelding Stabroek

feestelijkheden: tornooi

1258: Oudste vermelding van de gemeente Stabroek (als: 'Stakebroec'). [prims-asia33, p.390].


1258: Met de paasdagen verblijft de hertog van Brabant met zijn hofstoet in het Antwerpse Steen. In Antwerpen zal dan het grote Brabants tornooi plaats hebben. [prims-asia28, p.157].

1259

zoutstapel

'Antwerpse zoutkwestie'

September 1259: Bij gebrek aan een officieel document i.v.m. de Antwerpse zoutstapel, en een betwisting hieromtrent - de hertog wenste Mechelen hiermee te bevoordelen - zend de stad Antwerpen een bode uit naar alle belangrijke steden van Brabant en de zoutstad Zierikzee. Deze zal getuigenissen inzamelen waarbij moet blijken dat Antwerpen vanouds de plaats van de algemene zoutmarkt was. Brussel, Tienen, Leuven, Aarschot, Herentals, Turnhout, Oosterwijk, 's Hertogenbosch, Breda, Hoogstraten, Lier, Zierikzee zijn unaniem in hun bevestiging van de aloude costumen. Deze verstandhouding tussen de steden - eerder was er stedenoverleg m.b.t. wevers en volders, of algemener i.v.m. uitwijkende ambachtslieden (zie de stadsbrieven van 1249), in 1262 zal een ander akkoord tussen de steden bevestigd worden - is als een afspiegeling te zien van de Duitse Hanzebonden van die tijd. "Het is de volksorganisatie ter verdediging van eigen recht tegenover eigen vorst of vreemden. De algemene Brabantse stedenbeweging van kort na 1300 heeft hier haar kiem". [prims-asia28, p.183-184; in: "De Antwerpse zoutkwestie in 1259", p.178-185]; [prims-gva-II,2, p.46]

1259 september 5
Brussel, ARA charters van Brabant 70:

Schepenen opidi de Osterwich verklaren dat zij bij navraag van oudere lieden van hun opidum vernomen hebben dat de zoutmarkt steeds in Antwerpen is geweest en nergens anders.Datum anno Domini MoCoCo quinquagesimo nono, feria VIa ante nativitatem beate Marie virginis; .. et hoc universis sub sigillo opidi nostri de Osterwich signamus.

Camps, I, nummer 276.
[H. Camps, Oorkondenboek van Noord-Brabant tot 1312, I, 's-Gravenhage 1979].

www: Regionaal Historisch Centrum Tilburg (Oorkonden uit Midden-Brabant, 709-1299)

1260

schepen

herstel tiendenrecht

1260: Willelmus de Straten, schepene van Antwerpen (1260 en volgende). [Prims-gva-II,4, p.33(bis) + ill.49].


1260: Hendrik III van Brabant herstelt het Onze-Lieve-Vrouwekapittel van Antwerpen in haar volle tiendenrecht (restitutie). [prims-joris-1924, p.23].

1262

stedenoverleg

'hoek'-benaming

28 januari 1262: « Tussen verschillende Brabantse steden worden akkoorden gesloten. Temidden van de opvolgingscrisis van hertog Hendrik III hebben de Brabantse steden de handen in elkaar geslagen. Met deze eerste, 'primitieve' stedenbond streefden de steden ernaar om hun onderlinge solidariteit te behouden en te versterken. » [prims-asia28, p.184; in: "De Antwerpse zoutkwestie in 1259", p.178-185].


mei 1262: Zimarus de Castro verkoopt uit de Steenborgerweerd 15 gemeten, in (dicto) palude 'inter Primosthuc et Kokesdame, propre aquam quae dicitur Ekerne.' Dit is de oudste vermelding van een huc- of hoeknaam, die later algemeen gebruikt wordt in de polderverdelingen. [bijv. Lambrechtshoeken in Merksem] (ook: Steenborgerwaard gespeld). [Prims-Merksem-1951, p. 103]. [bron: P.J.Goetschackx & Van Doninck: 'Oorkondenboek der abdij van St. Bernaards aan de Schelde. Antwerpen, 1926-'. Mei 1262 - nr.31].

1263

brand in Zilversmidstraat

werfkraan

1263: De Zilversmidstraat door brand vernield. [prims-gva-II,4, p.4].


1263: Vermelding van een kraan op de Werf om schepen te kunnen lossen en laden. Deze 'Werf' was tot ca. 1880 een in de Schelde vooruitstekende meerplaats of 'hoofd' ter hoogte van het Steen, en werd omwille van zijn uitrusting ook wel 'Kranenhoofd' geheten. De houten 'werfkraan' werd in beweging gezet met een groot tredrad waar de zgn. 'Craenkinderen' liepen. Deze kraankinderen waren in feite volwassenen, ze waren stadswerklieden en heus georganiseerd in een 'natie' of vakvereniging.
In de 16de eeuw zal het aantal kranen aan de meerplaatsen tot vier aangroeien, alle zijn ze eigendom van de stad en door haar aan de meestbiedende verpacht. Ongeveer ter hoogte van de huidige Orteliuskaai, maar historisch aan de vooruitstekende meerplaats tussen de Sint-Pietersvliet en Koolvliet (vandaag Koolkaai) wordt ca. 1520 de zgn. 'Stenen kraan' opgesteld, zogenoemd omwille van haar gemetseld kraanhuis. In 1546 verschijnt een tweede exemplaar op de Werf, tegen de Werfpoort aan, maar deze is in tegenstelling met zijn voorganger geen draaiende, maar een vaste kraan; [Prims vermeld hiervoor 1548]. Ook de Nieuwe Berderenwerf* of 'hout kaeye' krijgt in 1565 zijn 'Rood Kraantje'. Deze houtloskade was gelegen tussen de Sint-Jansvliet en de nu verdwenen Sint-Michielsabdij, d.i. ter hoogte van de huidige Plantijnkaai. (* 'berderen' zijn planken; er was ook een 'Oude Berderenwerf' later 'Engelse kaai', nu te situeren ter hoogte van de Tavernierkaai). [wit_16, p.374]; [vdw-1977, p.373, 462]; [prims-gva-1981-5, p.222].
- ICON: Nieuwjaarswensen in 1748 van de 'Craenkinderen' - anonieme gravure.
In: Acker-Antw-1975, p. 288.

1264

Sint-Willibrorduskerk

1264: Eerste vermelding van de Sint-Willibrorduskerk gelegen buiten het Klapdorp; tien jaar later is er een kapelanie van Onze-Lieve-Vrouw in wording, in 1295 is ze een feit. [prims-asia28, p.122-123].

1272

bebouwing Burchtmuur

overstroming

vermelding Zeedijk

15 januari 1272: Voor 't eerst wordt toelating gegeven de burchtmuur te gebruiken voor woningbouw (door hertog Jan I aan Henricus de Werva). [prims-gva-II,4, p.5, 21]. - (Burchtmuur, zie ook 1200, 1272, 1420, 1827, 1884 en 2004).

januari 1272 (n.s.): Vele dijken in het Noordland van Zandvliet zijn doorgebroken. In 1284 worden de herstellingswerken aangevat. De werken strekken zich uit van Berendrecht tot Ossendrecht. Behalve de 'zeedijk' (d.i. een Scheldedijk) wordt ook een sidewinde tussen Oordam tot bij de kerk van Zandvliet vermeld (zowat 7 à 8 km afstand). [prims-asia51, p.41].

23-28 januari 1272: Akkoord tussen het O.-L.-Vrouwekapittel en de Sint-Michielsabdij omtrent de herstelling van de doorgebroken dijken van Noordland-Zandvliet (Oork. S.M., 225). [prims-gva-II,4, p.43].

1274

overstroming

1274: Dijkbreuk in Zandvliet. [prims-gva-II,4, p.5].

1276

wijding Predikherenkerk

Dominicanen

aflaatbrieven

6 september 1276: Wijding van de eerste predikherenkerk - en de eerste altaren - gelegen aan de Dries (de voorganger van de latere Sint-Pauluskerk) door broeder Albrecht (Albertus de Grote, Albrecht de Grote). De gewezen bisschop geeft hierbij twee aflaatbrieven, één voor hen die bijgedragen hebben tot de kerk en één voor de bezoekers op de jaarlijkse herinneringsdag, die wordt vastgesteld op de zondag in het octaaf van Onze-Lieve-Vrouw geboorte.
Zulke aflaatbrieven voor een 'kerkmis' gaan aanleiding geven tot het ontstaan van 'kermissen'; waarbij de kermisperiode zal samenvallen met de oorspronkelijk ingestelde herdenkingdatum, die niet noodzakelijk op de wijdingsdag hoeft te vallen. [prims-gva-II,4, p.5]; [prims-asia28, p.96; in: "Van kermis en aflaat", p.92-99].

1279

Victorinnenklooster
Sint-Margrietendal

herfst 1279: Met de financiële steun van deken Egidius van Wyneghem beginnen vijf uit Biezelingen overgekomen zusters Victorinnen met het vrouwenklooster Sint-Margrietendal op het Philipsveld. De stichting zelf dateert van 1280. In 1281 wordt hun begraafplaats ingezegend. [prims-gva-II,4, p.5]; [prims-asia31, p.261-262].

Egidius van Wyneghem: deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel in Antwerpen.
Biezelingen: in Zuid-Beveland, Nederland, (Bieselinge).
Zusters Victorinnen: van de orde (regel) van Saint-Victor van Parijs.
Sint-Margrietendal: genoemd naar Margaritha / Margaretha van Antiochië; volkse benaming: 'Ternonnen'.
Philipsveld: Campus Philippi, actueel te situeren aan het Stadspark.

1280

Wilrijk (Leugenhaag)

Ekeren, Brasschaat

Peerdsbos

1280: Vermelding van de 'Logenhage' (Leugenhaag) in Wilrijk, vandaag niet juist situeerbaar. [topo-wilrijk-1967, p.139]; [prims-asia51, p.202 signaleert een iets latere bron: 1281].

« Leugenhaag: 1280, iuxta ortum Wilhelmi de Loghenhaghe - K.V.A., V. & M. 1925, 722; 1421, huys ... aen de heyde tuss(en) de luegenhage en(de) Rombouts goed vanden Wouwere, S.S. 7, 281v°; – niet meer juist situeerbaar.
Vermoedelijk sluit dit toponiem aan bij de Leugenhaag te Aartselaar, waar ook het simplex Leug, thans zelfs o.m. als gehuchtsnaam, bekend is. De enkelvoudige vorm leug is bezwaarlijk te verklaren uit "leugen" (onecht, kunstmatig), zoals doorgaans voor leugen-toponiemen aanvaard wordt (vgl. Lind[emans], Asse, 153). Onwaarschijnlijk lijken ook het mnl. [Middelnederlandse] loge "vlam, gloed", tenzij als herinnering aan een grote (bos)brand? Een ander mnl. loge betekent "loog" en komt o.m. voor in looghkruyd (Mnl. Wb. IV, 721-722). Toponymisch zou het best passen aan oude variant van lo (zie Dooislo, nr. 184), zoals M. Gysseling die zag in Heroaldolugo (Med. XXI (1945), 10-13). » [VAN PASSEN, R.; ROELANDTS, K. : "Toponymie van Wilrijk". Gemeentebestuur van Wilrijk : [Wilrijk], 1967, p. 139]. – Zie ook: Leugenberg (Ekeren), vermeld in 1366.


1280: Isabella van Breda maakt kort voor haar dood (1282) al haar bezittingen in Ekeren, gelegen op de Mik en Bremdonk (actueel Brasschaat) over aan het Sint-Elisabethgasthuis van Antwerpen. De westelijke gronden waren vruchtbare akkers, het bosgedeelte (het latere Peerdsbos) zorgde voor de levering van hout en wild.

1281

Victorinnenklooster
Sint-Margrietendal

Wilrijk (Lipsgoed)

22 januari 1281: Het kerkhof van het Victorinnenklooster wordt door de Utrechtse wijbisschop Petrus Sudensis ingezegend. Vanaf eind 1279 waren deze kloosterzusters in Antwerpen aanwezig. [prims-gva-II,4, p.5].


1281: Vermelding van het 'Lipsgoet' (Lipsgoed) in Wilrijk. Dit was een niet meer te situeren Sint-Michielseigendom gelegen Ten Einde. De benaming 'Lips-' gaat terug op een persoonsnaam, aanvankelijk Lippe (Liebrecht) en later Philips. (kopie uit 1355: R.S. Mi. 3, 127) (kopie uit 1683: R.S. Mi 11, 107) [topo-wilrijk-1967, p.140-141]; [prims-asia51, p.202].

1283

Wilrijk (Vallaar)

1283: Vermelding van de 'Osseldunc', het 'Hillaer', 'Lanclaer' en 'Vaerelaer' (het Vallar) [Vallaar], allen in Wilrijk. [prims-asia51, p.202].

1284

windmolen Meir

overstroming

bebouwing binnen de Burcht

Duitse Orde in Burcht

1284 (ca.): Oprichting van een windmolen aan de Mere (Meir). Is dit dezelfde molen als aan de 'Vierwinden' of 'achter het gasthuis van Sinte-Elisabeth'? Datum verdwijning(en) onbekend. [holemans-1986].

voorjaar 1284: Een hoge vloed veroorzaakt de overstroming van Lillo. Zandvliet en Berendrecht lopen gedeeltelijk onder water. - [prims-gva-II,4, p.5].


29 mei 1284: Hertog Jan I schenkt (verkoopt?) het voormalige erf van Geeraart van Anderstadt, gelegen in de Antwerpse burcht, aan de Ridders van de Duitse Orde (Duitse broeders) uit Koblenz. Ca. 1274 had de hertog het van de erfgenamen aangekocht. In 1300 zullen deze 'Teutoonse Ridders' voor 't eerst de grond bebouwen, en wel tegen de latere Mattenstraat aan, die dan in wording is. Later zal dit gebouw uitgroeien tot het 'Reuzenhuis'. (Bemerk dat de hertog een stuk grond moet kopen binnen zijn eigen burcht gelegen, Prims (asia28) vraagt zich dan ook af of er mogelijk bezitsrecht binnen de burcht bestond dat ouder was dan het opbouwen van de stenen omwalling in het begin van de 11de eeuw.) (D. I, 314) [prims-gva-II,4, p.5, 22]; [prims-asia28, p.159, 161].

1286

schout:
Everdeius de Lillo

Sint-Walburgiskerk

Tempeliers

Tempelstraat

1286 tot 1293: Everdeius de Lillo, schout. [vdw-1977, p.171 + biblioref. Goetschalckx].

1286 (ca.): Datering van de inkomstenlijst van de tweede en derde kapelanie van Sint-Walburgiskerk. In deze lijst komt o.m. de raadselachtige Antwerpse straatnaam 'platea templi' (Tempelstraat) voor, deze straat moet in de oude stadskern te zoeken zijn. Prims suggereerde aanvankelijk een verband met de Mattenstraat, komt evenwel op deze gissing terug in 1928. Als aanknopingspunt voor nieuw onderzoek suggereert hij dan een goed van de Tempeliers of woonst van iemand van de orde ["... dat mogelijk die 'perceptor Brabantiae' (perceptor van de Tempeliersorde in Brabant, broeder Geeraert) er heeft gewoond of een mansus heeft gehad."]. Een relatie tussen deze orde en Antwerpen liep o.m. via goederen van het Begijnhof (een goed in Zandhoven, met een regeling in 1254) en het Onze-Lieve-Vrouwegasthuis (Sint-Elisabethgasthuis; met een regeling over een goed in Wuustwezel in 1262). Het onderwerp is niet verder uitgezocht. Merkwaardig is dat de orde kort daarop uitgeroeid werd, en de straatnaam nadien niet meer voorkomt. [prims-asia28, p.77-79: ('Raadselachtige plaatsnamen', p.76-83)].
Zie ook: PRIMS, Floris : 'Het cartularium van O.L.V.kapittel te Antwerpen. Een Antwerpsch oorkondenboek van 1286 ontdekt', in: "Bijdragen tot de geschiedenis van het oude hertogdom Brabant", 17 (1926): 302-334.

1288

Wilrijk (Noutstrepe)

1288: Vermelding van de 'Noutstrepe' in Wilrijk. [prims-asia51, p.202].

1291

stadsomwalling

21 februari 1291: Hertog Jan I verlangt dat de stad een nieuwe vesting bouwt. [prims-gva-II,4, p.5]

1291-1314

derde stadsvergroting

1291 tot 1314: Derde stadsvergroting.[vdw-1977, p.381]. Opm.: Asaert geeft de data 1295-1314 [Bonon-Asaert, p. 41-57]

1293

brand bij Grote Markt

1293: Brand in de omgeving van de Markt (Grote Markt) en de Bullickstraat (Oude Beurs); 52 huizen worden vernield. [prims-gva-II,4, p.6].

1295

Engelse wolkooplui

1295: Engelse wolkooplui vestigen zich in Antwerpen.


6 december 1295: Stichting van de kapelanie van Onze-Lieve-Vrouw in de Sint-Willebrorduskerk. De kerk zelf, gelegen buiten het Klapdorp, wordt al vermeld in 1264. [prims-asia28, p.122-123].

1297

schepenen

1297: Paulus de Elst; Nic. van Wyneghem; Willem Nose; Everdei van Lillo; Petrus Daen, schepenen. [Prims-asia29, p.60].

1298

stadsomwalling in aanbouw

paardenmarkt

belasting Maeltote

1298: De stadvesting is in aanbouw. [prims-gva-II,4, p.5].
 

24 april 1298: Keure waarin Hertog Jan II aan Antwerpen een wekelijkse Paardenmarkt toestaat (elke zaterdag). De straat zou echter pas in de 16de eeuw deze naam gaan dragen, eerder gebruikte men de algemene naam 'Klapdorp' voor het bredere stuk.
Dit is ook begrijpelijk, de instelling van een wekelijkse markt voldeed niet aan een werkelijke economische behoefte, in feite zullen er twee jaarlijkse paardenmarkten in latere tijd gehouden worden.
De instelling van een wekelijkse markt, net in de jaren van de bouw van de nieuwe omwalling, met de verplichting aan deze paardenhandelaars die iets met de opbouw van het nieuw vestingswerk te maken hadden enkel daar hun paardenhandel te drijven, is een hertogelijke maatregel om de stad tegemoet te komen in de opbouw van haar dure versterking. De hertog bepaalde nog iets meer: hij zal de schepenen financieel vergoeden door te bepalen dat voortaan elke nieuwe poorter 20 schellingen ten bate van de schepen zal moeten betalen. Dit kan men beschouwen als een zoethouder voor de magistraat die, kort daarop, geconfronteerd zal worden met het innen van een nieuwe zware belasting, de 'Maeltote' (14 oktober 1298). Deze belasting wordt in 1303 door de hertog ongedaan gemaakt. (SAA, Privilegiekamer Cd 43; Brab.
Yeesten, 690), [prims-gva-II,4, p.5, 27]; [prims-gva-II,2, p.143-144]; [prims-gva-III, p.34]; [vdw-1977, p.27, 362]; [prims-asia28, p.88-89].

1299

schepenen

bronnen 13e eeuw

1299: Everdei van Lillo; Arnold Nose; Willem Nose; Nic. Canteman; Jan van de Werve; Zimarus, schepenen. [Prims-asia29, p.60]


vóór 1300: « Van de ruim 1.200 documenten, Antwerpen rakende, en geschreven vóór het jaar 1300, waren er bij den aanvang onzer eeuw nog geen zestig gepubliceerd. » (Floris Prims, in 1928) [prims-asia28, p.118].

1300

schepenen

bouw Scheldemuur

hoveniers

1300: Arnold de Molendino, Petrus Daen, Jan van de Werve, schepenen. [prims-asia29, p.60]

1300: Bouw van de 'Stadsmuur' een deel van de stadsomwalling tussen stad en Schelde.

januari 1300 (akte): Nieuwe stadsomwalling, vergoeding aan Sint-Michielsabdij; (en: 14 juli 1302). [prims-gva-III, p.245; 251].

9 januari 1301 (akte; Nederlandse tekst): huis en hofstad gelegen op de Markt (Grote Markt). [prims-gva-III, p.246].


11 januari 1302 (akte; Ned. tekst): i.v.m. tiendengeschil tussen kapittel van Onze-Lieve-Vrouw en tiendenplichtigen (o.m. hoveniers); (en: 14 mei 1302; 5 juni 1302; 17 juni 1303). [prims-gva-III, p.248-249; 250; 255].

 

Kroniek Antwerpen > 1201-1300

  Website gemaakt door www.goanna.be